Op reis

Na een periode van rust en bezinnen,
 wil het wezen weer een nieuwe reis beginnen.
Het heeft een aards jasje uitgezocht,
dat geschikt is voor deze ontdekkingstocht
en een plaatje van zijn toekomstige leven gezien,
van wat het wil gaan ervaren en leren misschien.

 

Vol verlangen om op pad te gaan,
glijdt het over en trekt zijn babyjasje aan,
en wordt ondergedompeld in zijn aardse leven
en de ervaringen die dit hem zal geven.

Zal hij zich herinneren op zijn pad,
wat hij hier nog te leren had
en de confrontatie aan durven te gaan
met zijn lessen in dit bestaan?

 

Keert hij zich voor hulp naar binnen
en maakt contact met wie hij werkelijk is
en ervaart de begeleiding,
die voor iedereen aanwezig is?

‚Äč

*